DPE, energie-audit of thermische studie: wat helpt echt bij een rendabele vastgoedinvestering?

Als je vandaag met vastgoed bezig bent, kom je deze termen sowieso tegen. DPE hier, energie-audit daar, en ergens valt ook nog “thermische studie”. En ik merk het telkens weer : veel investeerders denken dat het allemaal ongeveer hetzelfde is. Dat dacht ik in het begin ook, trouwens. Tot ik een deal bijna zag ontsporen omdat ik het verschil niet scherp genoeg had. Dat vergeet je niet snel.

En dan is er nog iets. Zodra je verder wilt kijken dan alleen dat verplichte labeltje, kom je uit bij partijen die écht inhoudelijk werken, zoals https://etudethermique.net. Geen snelle checklist, maar een analyse waar je als investeerder iets mee kunt. En geloof me, dat voelt meteen anders.

De DPE: snel, verplicht, maar beperkt

De DPE (energieprestatiecertificaat) kent iedereen. Verplicht bij verkoop en verhuur. Een letter van A tot G, vaak ergens rond E of F – laten we eerlijk zijn. De inspecteur staat een uurtje binnen, vult wat gegevens in, en klaar.

Maar hier komt het eerlijke deel : de DPE is vooral een momentopname. Een beetje grof zelfs. Hij zegt wat je woning verbruikt, maar niet waarom of wat je er slim aan kunt doen. Voor een investeringsbeslissing vind ik dat eigenlijk te dun.

Ik heb panden gezien met een “redelijke” DPE-score, maar waar je in de winter letterlijk de kou uit de muren voelde komen. Dan weet je : dit papier vertelt niet het hele verhaal.

De energie-audit : grondig, maar soms te theoretisch

De energie-audit gaat een stuk dieper. Meer tijd, meer geld (reken gerust op een paar duizend euro), en in sommige gevallen gewoon verplicht, bijvoorbeeld bij slecht presterende woningen.

Op papier is het sterk : isolatie, installaties, verschillende renovatiescenario’s. Alleen… ik vind het vaak te perfect gedacht. Alles isoleren, alles vervangen, alles optimaliseren. Technisch top. Financieel ? Niet altijd logisch.

Als investeerder wil je keuzes maken. Niet het ideale huis bouwen, maar een rendabel project draaien. En daar wringt het soms. De audit denkt niet altijd mee met jouw businessmodel.

De thermische studie : onderschat, maar goud waard

De thermische studie is wat mij betreft de meest interessante tool. En tegelijk de minst bekende. Jammer eigenlijk.

Dit is geen standaardrapport. Het is maatwerk. Je gebouw wordt doorgerekend, scenario’s worden getest, effecten op verbruik, comfort én kosten worden zichtbaar. En ineens kun je sturen.

Ga je voor dakisolatie of juist eerst de ramen ? Is een warmtepomp hier slim, of vooral duur gedoe ? De thermische studie laat het zien, met cijfers. Niet op gevoel. En dat geeft rust, zeker bij grotere investeringen.

Wat betekent dit nu echt voor jouw vastgoedbusiness ?

Laat ik het simpel houden.
De DPE is een verplicht nummer.
De energie-audit is soms noodzakelijk, soms lastig.
De thermische studie is een strategisch instrument.

Ik herinner me een project, een klein appartementsgebouw uit de jaren ’70. De DPE schreeuwde “slecht”. De audit kwam met een torenhoge renovatiebegroting. Dankzij een thermische studie konden we gerichter werken, minder ingrijpend, maar wel effectief. Resultaat : betere score, lagere kosten, en de deal bleef rendabel.

Zonder die studie ? Dan was het project waarschijnlijk afgeblazen.

Dus… wat kies jij ?

Wil je gewoon voldoen aan de regels ? Dan is de DPE genoeg.
Moet je wettelijk door de molen ? Dan ontkom je niet aan een audit.
Maar wil je écht sturen op rendement, risico en lange termijn waarde ? Dan zou ik serieus kijken naar een thermische studie.

De echte vraag is : laat jij regelgeving je tegenhouden, of gebruik je het als hefboom ? Ik weet wel wat ik zou doen.

Een winstgevende vastgoedonderneming opzetten: bedrijfsmodel, marges en hefbomen om succes te behalen

Laten we eerlijk zijn. Vastgoed klinkt sexy. Baksteen, stabiliteit, “passief inkomen” (ik zet het bewust tussen aanhalingstekens). Maar zodra je erin zit, merk je snel : zonder strak model en duidelijke marges wordt het gewoon… werk. Veel werk. De echte vraag is dus niet “koop ik vastgoed ?”, maar hoe bouw ik een vastgoedactiviteit die écht rendeert, jaar na jaar. En ja, dat vraagt keuzes. Soms ongemakkelijke keuzes.

De eerste keer dat ik iemand hoorde zeggen dat vastgoed vooral een rekensom is, was ik bijna teleurgesteld. Maar het klopt. Franchement. Of je nu in Utrecht koopt, in Rotterdam verhuurt of ergens net buiten Amsterdam renoveert : de cijfers liegen niet. Daarom zie je ook steeds meer ondernemers die tools en analyses gebruiken, parfois zelfs externe inzichten zoals https://diagnostic-credits.com, gewoon om hun financiering en cashflow beter te snappen. En eerlijk ? Dat is slim.

Het economische model : kies je spel voordat je speelt

Te veel starters springen erin zonder hun model helder te hebben. Locatie check, appartement check… en daarna ? Euh. Location longue durée ? Korte verhuur ? Flippen ? Buy & hold ?
Perso, ik vind dat je dit voor je eerste compromis moet weten. Elk model heeft zijn logica.

Location longue durée bijvoorbeeld. Rustiger. Minder stress. Maar de marges ? Vaak 4 à 6% brutorendement. En dan heb ik het nog niet over onderhoud, leegstand, belastingen. Flippen kan sneller geld opleveren, soms 10 à 15% op een project, maar je zenuwen betalen mee. Eén aannemer die te laat is, en je planning vliegt de deur uit.

Vraag jezelf eens af : wil ik tijd of wil ik rust ? De twee samen, c’est rare.

Marge is geen toeval, het is een gevolg

Ik hoor vaak : “Ja maar moi, j’ai une bonne affaire.” Misschien. Maar een goede deal zonder marge-analyse is gewoon een gok.
Wat telt echt ?

  • Aankoopprijs (logisch, maar combien de gens surpayent…)
  • Financieringskost (0,5% verschil = duizenden euro’s sur 20 ans)
  • Exploitatiekosten (beheer, onderhoud, syndic, assurances)
  • Fiscaliteit (souvent sous-estimée, toujours douloureuse)

Een project met 8% brutorendement kan eindigen à 3% net. Dat voelt pas na een jaar. Et là, surprise.

De echte hefbomen : waar je het verschil maakt

Het goede nieuws ? Je hebt hefbomen. En die zijn concreet.

1. Aankoopstrategie
Onder de markt kopen is geen mythe. Maar het vraagt tijd. Bezoeken, gesprekken, soms 15 keer “nee” voordat je “ja” krijgt. Ik ken iemand die elke zaterdag om 8u al in de auto zit. Pas glamour, mais efficace.

2. Financiering
Niet sexy, maar crucial. Een goed onderhandelde lening kan je rendement met 1 à 2 punten verhogen. Serieus.
Durf vergelijken. Durf vragen. Zelfs si c’est inconfortable.

3. Exploitatie
Zelf beheren of uitbesteden ? Dat hangt af van je volume. Onder de 5 units ? Zelf doen kan zinvol zijn. Boven de 10? Perso, ik zou het delegeren. Je tijd heeft ook een prijs.

Structuur en schaal : solo of echt bedrijf ?

Op een bepaald moment komt die vraag. Ga ik dit “erbij” doen, of bouw ik een echte vastgoedonderneming ?
De stap naar structuur (vennootschap, processen, reporting) kost energie, ja. Maar zonder dat plafond je jezelf. C’est clair.

En schaal betekent niet per se “meer panden”. Soms betekent het : beter rendement, minder stress, plus de visibilité.

Wat ik vaak zie mislopen (en dat is dommage)

Te optimistische prognoses.
Geen buffer.
Alles zelf willen doen.
En surtout : geen exit-strategie. Want un jour, tu veux sortir. Of herfinancieren. Of verkopen. En dan is het te laat om na te denken.

Laatste vraag, recht uit het hart

Wil je vastgoed bezitten… of wil je een rendabele vastgoedactiviteit bouwen ? Het verschil zit niet in het aantal sleutels aan je sleutelbos, maar in de helderheid van je model.

Neem even de tijd. Pak een koffie. Herlees je cijfers.
En vraag jezelf af : si je continue comme ça pendant 10 ans, est-ce que ça me va ?

Als het antwoord “ja” is, dan zit je goed.
Sinon… mieux vaut ajuster maintenant.